Luisteren naar kinderen

 

Luisteren naar kinderen/ effectief omgaan met kinderen

   

In mijn laatste blog schreef ik over ‘werken aan de relatie’. De relatie kan extra onder druk komen te staan door problemen in de omgang met de kinderen. Voor jonge gezinnen die kinderen krijgen gaat er een heleboel veranderen. Je hebt minder tijd voor elkaar, minder tijd voor jezelf en ondertussen stapelen de taken zich op. Er komt steeds meer bij. 

 

Ook komt het steeds vaker voor dat gescheiden partners een nieuwe relatie beginnen. Jij hebt kinderen, je nieuwe partner heeft kinderen. Of een van jullie heeft kinderen en de ander niet. Bij samengestelde gezinnen merk je vaak dat er verschillende inzichten bestaan wat de opvoeding betreft. Net zoals in ‘Werken aan de relatie’ is heldere communicatie een  belangrijk item. Je zult zien dat hetzelfde van toepassing is op de relatie tussen ouders en kind.

 

Veel problemen ontstaan omdat de kinderen voelen dat er niet naar ze wordt geluisterd. Ze voelen zich niet gehoord en daardoor niet ‘geaccepteerd’. Ze protesteren. De ouders ondervinden tegenwerking en weerstand. Het kind voelt irritatie en boosheid bij de ouders. De problemen die dan ontstaan drijven ouders en kinderen uit elkaar. De kinderen willen vervolgens nog maar zo weinig mogelijk contact met hun ouders.

 

Er is een Amerikaanse klinisch psycholoog (Thomas Gordon) die veel onderzoek heeft gedaan naar de ouder-kind relatie en hier verschillende boeken over heeft geschreven. Hij werkte nauw samen met Carl Rogers, de grondlegger van de humanistische psychologie. Thomas Gordon introduceerde een methode om de opvoedingsstijl en de relaties tussen ouders en kind te verbeteren. Deze (Gordon)-methodiek is beproefd tijdens duizenden cursussen in diverse landen en wordt ook toegepast in het bedrijfsleven, onderwijs, sociale reclassering, en kinderopvangverblijven.

 

De ‘Gordon-methode’ gaat uit van de gelijkwaardigheid in relaties. Het gaat om wederzijds respect tussen ouders en kinderen. Ieder draagt zijn verantwoordelijkheid, rekening houdend met de behoefte van de ander. Het systeem benadrukt de effectieve communicatie en oplossingsgerichte conflicthantering. Het win-win principe staat centraal. Het is een praktische leidraad om de opvoedtheorie op een concrete manier toe te passen.

Het begint met de opvoedstijl. Stel je voor er doet zich een conflict voor in jullie gezin. Hoe lossen jullie dat op?  Volgens Gordon (uit: Luisteren naar kinderen) werd tijdens zijn cursussen ‘Effectief omgaan met kinderen’ duidelijk dat ouders in de conflicthantering met hun kinderen, in ruwweg drie categorieën kunnen worden ingedeeld: de ‘winnaars’, de ‘verliezers’ en de mensen die nu eens winnen en dan weer verliezen.

 

Methode 1: De (winnaars) ouders verdedigen met kracht en rechtvaardigen met overtuiging hun recht macht uit te oefenen over hun kind. Ze dreigen met strafmaatregelen om het kind zover te brengen dat het gehoorzaamt. Als er conflicten ontstaan tussen behoeftes van de ouders en de behoeftes van het kind, lossen deze ouders het conflict zo op dat de ouders winnen en het kind verliest. Als reden voor hun handelen (winnen) hanteren ze ideeën als: “Ik ben de baas in huis, het is voor zijn eigen bestwil,” of “kinderen hebben nu eenmaal gezag nodig.”

 

De gevolgen zijn voorspelbaar;  het kind zal weinig gemotiveerd zijn om de oplossing uit te voeren, en wrevel jegens zijn ouders koesteren, de ouders zullen meestal tegenwerking en weerstand ondervinden, het kind krijgt geen gelegenheid om zelfdiscipline te ontwikkelen. Deze kinderen vinden de gang van zaken oneerlijk en richten hun verontwaardiging en boosheid naar de ouders en schrijven de ouders af. Door straf en beloning onder de duim gehouden gaan deze kinderen als de puberteit nadert zich onafhankelijk en opstandig gedragen. Ze gaan wegen zoeken om de ouders te ontwijken.

 

Sommige kinderen blijven onderdanig en meegaand tijdens hun puberteit en soms ook als ze volwassen zijn. Zij blijven angst houden voor iedereen die een machtspositie bekleedt of autoritair gedrag vertoont. Dit zijn de volwassenen die hun leven lang kind blijven, , zich passief onderwerpen aan macht, hun eigen behoeften opzij zetten, bang zijn om zichzelf te zijn, bang zijn voor conflicten en niet voor hun eigen overtuiging durven uit te komen.   

  

Methode 2: De tweede groep (verliezers) ouders staat hun kinderen meestal erg veel vrijheden toe. Ze stellen bewust geen grenzen en geven toe dat ze het niet eens zijn met autoritaire methoden. Als er conflicten ontstaan tussen de behoeftes van de ouders en die van het kind, dan is het bijna altijd zo dat het kind wint en de ouders verliezen. Simpel omdat deze ouders de behoeften van het kind niet willen frustreren of omdat ze niet in staat zijn grenzen te stellen. Deze methode geeft macht aan het kind om tegen de ouders te gebruiken. Deze kinderen leren op de juiste momenten een driftbui te krijgen om de ouder naar hun hand te zetten. Ze zeggen dingen om de ouders zich schuldig te doen voelen, of om gemene dingen tegen hun ouders te zeggen. Ze zijn vaak agressief, onhandelbaar en ze hebben geleerd dat hun verlangens belangrijker zijn dan die van wie ook. Ze missen de innerlijke beheersing over hun gedrag en worden egocentrisch en veeleisend. Deze kinderen hebben dikwijls geen enkel respect voor andermans eigendommen en gevoelens. Op school hebben ze vaak aanpassingsmoeilijkheden. Een ernstiger effect is dat deze kinderen zich onzeker gaan voelen omtrent de genegenheid van hun ouders (en ook van anderen). Omdat het kind altijd zijn zin krijgt voelen de ouders zich verontwaardigd, geïrriteerd en boos, waardoor het kind zich onbemind gaat voelen.

  

Er zijn ouders die bij het eerste kind methode 1 toepassen en bij het tweede kind omzwaaien naar methode 2 in de hoop dat het beter gaat.  Het kan dan gebeuren dat het eerste kind een enorme rancune vertoont naar het tweede kind, omdat deze zich dingen kan permitteren die het eerste nooit mocht. Soms denkt zo’n kind dan het bewijs te hebben dat zijn ouders veel meer van het tweede kind houden.

  

De grootste groep ouders vindt het onmogelijk om zowel tot de ene als tot de andere groep te horen. Ze kiezen voor een mengsel van; strengheid en meegaand zijn, van onbuigzaam en gemakkelijk zijn, van beperkend en toegeeflijk zijn, van winnen en verliezen.

Dit zijn ouders die het meest in de war en onzeker zijn en van wie is aangetoond dat de kinderen vaker problemen vertonen. Door deze inconsequentie krijgen deze kinderen niet de kans om goed (beloond) gedrag aan te leren en ongewenst gedrag te vermijden. Ze verliezen voortdurend. Ze raken gefrustreerd, verward, boos en kunnen allerlei psychosociale problemen ontwikkelen.

  

Op de juiste wijze luisteren naar kinderen is dus heel belangrijk. Volgens Gordon zijn er een twaalftal communicatieblokkades in het contact van ouders en kind. Het zijn allemaal manieren waarmee je het kind de boodschap geeft dat er geen acceptatie is en geen ruimte voor ontwikkeling van het kind om te leren zelfstandig iets op te lossen.

 

De 12 communicatieblokkades:

  

1.      Bevelen, dirigeren, commanderen;

       Tegen het kind zeggen dat hij iets moet doen, hem/haar een opdracht of bevel geven:

       ‘Het kan me niet schelen wat andere ouders doen, jij verzorgt de tuin’.

        ‘Sla niet zo’n  toon aan.’   

        ‘Hou op met zeuren’.

 2.      Waarschuwen, berispen, dreigen

        Het kind vertellen wat de gevolgen zullen zijn als het iets doet:

        ‘Als je dat doet zul je er spijt van krijgen.’

        ‘Nog een keer zo’n opmerking en je kunt de kamer uitgaan.’

        ‘Dat zou ik maar niet doen als ik jou was.’

 3.      Vermanen, moraliseren, preken

         Het kind vertellen wat hij moet of zou behoren te doen:

         ‘Dat moet je niet doen.’

          ‘Je moet dit doen.’

         ‘Je moet altijd respect hebben voor ouderen.’

 4.      Adviseren, oplossingen of suggesties aandragen

        Het kind vertellen hoe hij een probleem moet oplossen, hem advies geven en suggesties doen, antwoorden of oplossingen voor hem zoeken:

        ‘Waarom vraag je niet aan Thea?’

        ‘Denk nog even goed na voor je zo’n drastisch besluit neemt.’

        ‘Ik stel voor dat je daar eens met je leraren over praat.’

        ‘Ga maar een ander vriendinnetje zoeken.’

5.       De les lezen, beleren, logische argumenten aanvoeren

       Het kind proberen te beïnvloeden met feiten, tegenargumenten, logica, informatie en je eigen     

       opvattingen:

       ‘Leren en studeren kan de mooiste ervaring van je leven zijn.’

        ‘Toen ik zo oud was als jij moest ik twee keer zo veel doen.

6.       Oordelen, kritiseren, het ermee oneens zijn

        Een negatieve evaluatie of beoordeling van het kind’:

        ‘Je denkt niet helder.’

        ‘Dat heb je helemaal mis.’

        ‘Ik ben het niet met je eens.’

7.       Prijzen, het ermee eens zijn

        Een positieve beoordeling of evaluatie geven:

        ‘Nou ik vind dat je er leuk uit ziet.’

        ‘Volgens mij heb je gelijk.’

        ‘Ik ben het met je eens.

8.      Schelden, belachelijk maken, beschaamd maken

       Zorgen dat het kind zich belachelijk voelt, hem in een hokje plaatsen’:

       ‘Je bent een verwend kreng.’

        ‘Luister eens even, eigenwijze vlegel.’

        ‘Je gedraagt je als een idioot.’

9.      Interpreteren, analyseren, diagnose stellen

       Het kind vertellen wat zijn motieven zijn of analyseren waarom hij iets doet of zegt:

       ‘Je bent alleen maar jaloers.’

       ‘Dat zeg je om mij te ergeren.’

       ‘Dat geloof je zelf niet.’

       ‘Je voelt je alleen maar zo omdat het op school niet goed gaat.’

10.  Geruststellen, troosten, ondersteunen

       Zorgen dat het kind zich beter voelt, hem zijn nare gevoelens uit het hoofd praten:

       ‘Morgen zul je je beter voelen.’

       ‘Alle kinderen hebben dat wel eens.’

       ‘Maak je geen zorgen het komt wel weer goed.’

       ‘Maar je zou een hele goede student kunnen zijn.’

       ‘Dat dacht ik vroeger ook altijd.’

       ‘Gewoonlijk kun je toch wel goed opschieten met andere kinderen?’

11.   Doorvragen, ondervragen, vragen stellen

        Proberen om redenen, motieven, oorzaken te vinden, meer informatie zien te krijgen om het   

        probleem op te lossen:

        ‘Waarom denk je dat je een hekel hebt aan school?

        ‘Zeggen de kinderen ooit tegen je waarom ze niet met je willen spelen?

        ‘Waar heb je dat idee vandaan?’

        ‘Wat wil je dan gaan doen, als je niet meer naar school wilt?’

12.   Uit de weg gaan, afleiden, toegeven, over iets anders praten

        Proberen het kind af te leiden van het probleem; zelf het probleem uit de weg gaan, zorgen voor

         afleiding, het probleem opzijschuiven:

        ‘Vergeet het nou maar.’

        ‘Laten we er aan tafel maar niet over praten.’

        ‘Kom laten we het over iets leuks hebben.’

        ‘Daar hebben we het al zo vaak over gehad.’

  

Als jouw antwoorden in te passen zijn in een van deze categorieën, dan ben je een typische ouder. Tijdens de ‘Effectief omgaan met kinderen’ cursussen valt 90% van de antwoorden van ouders in deze twaalf categorieën. De ouders zijn zeer verbaasd als ze te horen krijgen hoe negatief het effect van hun reacties werkt. Het blijkt dat de meesten er nog nooit door iemand op gewezen zijn hoe ze met hun kinderen praten en welke communicatiepatronen ze gebruiken als ze reageren op de gevoelens en behoeften van hun kinderen.

  

Wat is er dan wel succesvol? Thomas Gordon heeft het over de ‘geen verlies’ methode. Hierbij dient de houding van de ouders ten opzichte van hun kinderen fundamenteel te veranderen. Daarvoor zijn een aantal vaardigheden nodig die je –als je ze nog niet toepast-  kunt aanleren. Het begint met passief luisteren. Kijk eens naar onderstaande voorbeeld (uit: Luisteren naar kinderen) van een gesprek tussen een moeder en haar dochter, de dochter komt net thuis uit school:

 

Dochter: Ik ben vandaag uit de klas gestuurd

Moeder: O, ja?

Dochter: Ja, meneer Frank zei dat ik teveel praatte in de les.

Moeder: O.

Dochter: Ik kan die man niet uitstaan. Hij zit maar te zeuren over zijn moeilijkheden, en hij vindt dat we nog geïnteresseerd moeten zijn ook. Het is ontzettend vervelend.

Moeder: Mm-mm.

Dochter: Je kunt toch niet zomaar niets zitten doen in de klas? Je wordt er stapel van. Janine en ik zitten altijd grapjes te maken als hij bezig is. Hij is echt de afschuwelijkste leraar die je je voor kunt stellen. Ik word er gek van als we een slechte leraar hebben.

Moeder: (Zwijgt)

Dochter: Bij een goede leraar doe ik echt wel mijn best, maar als we zo iemand als meneer Frank hebben, heb ik helemaal geen zin meer om iets te leren. Waarom laten ze zo’n vent les geven?

Moeder: Haalt de schouders op).

Dochter: Ik denk dat ik er maar aan moet wennen, want er zullen wel meer slechte leraren zijn. Er zijn meer slechte dan goede, en als ik me door de slechte eronder laat krijgen, haal ik nooit de cijfers die ik nodig heb. Ik heb er alleen maar mezelf mee, geloof ik.

 

Hieruit blijkt hoe belangrijk zwijgen kan zijn. Je ziet ook het verschil met een van de communicatieblokkades. Doordat de moeder passief bleef luisteren kreeg het kind de gelegenheid om verder te komen dan alleen maar het feit te vertellen, dat ze de klas was uitgestuurd. Tenslotte kwam ze zelf tot de conclusie dat ze in feite alleen maar zichzelf schade berokkende door dit gedrag. In de korte periode waarin het kind werd geaccepteerd maakte ze een ontwikkeling door.

Stel je voor de moeder had als volgt gereageerd:

“Wat vertel je me nou? Ben je de klas uit gestuurd? Mooie boel”.

Nou dat was dan je verdiende loon”.

“Zo slecht zal meneer Frank toch niet zijn”?

“Kind je moet eens leren je een beetje te beheersen”.

“Je moet je maar leren aanpassen aan allerlei soorten leraren”.

 

Al deze boodschappen zouden het kind verteld hebben dat de ouder haar niet accepteerde. Veel ouders realiseren zich niet hoe vaak zij hun niet-acceptatie laten blijken door zich met iets te bemoeien, in te grijpen, te controleren of zich op te dringen.

 

Ze zouden alle verdere communicatie onmogelijk hebben gemaakt en ze zouden het kind ervan weerhouden hebben om naar een oplossing te zoeken. Door niets te zeggen en niets te doen kunnen we dus acceptatie uitdrukken. En acceptatie brengt constructieve groei en verandering teweeg.

  

Je kunt natuurlijk niet altijd ‘passief luisteren, er dient ook actief te worden deelgenomen aan het gesprek. Gordon noemt het; ‘actief luisteren. Actief luisteren is een handvat dat ouders kan helpen te vermijden dat ze afgeschreven worden. Het  voorkomt conflict en irritatieopstapeling.

Hier een kort voorbeeld (uit: Luisteren naar kinderen):

Zoon: Waarom is blowen slecht? Het kan lang niet zoveel kwaad als alcohol. Ik vind het fout dat ze het strafbaar stellen. Ze moeten de wet veranderen.

Vader: Jij vindt dus dat softdrugs moeten worden toegestaan?’ (Actief luisteren) Hier laat je ruimte voor voortzetting van het gesprek. Je keurt het niet af, je moraliseert niet en je (ver)oordeelt niet. Misschien komt de zoon met goede ideeën. Het gaat erom dat je het gevoel oppikt van de spreker en dit weergeeft. Bijvoorbeeld: “Het klinkt alsof je dit jammer vindt?” (Actief luisteren) Luister goed naar wat er gezegd wordt. De behoefte van het kind dient hieruit afgelezen te worden.

 

Gaan we nog een stapje verder in een conflictsituatie dan moet er natuurlijk ook iets opgelost worden, want anders ontstaat er geen conflict. Gordon noemt dit Methode 3: de ‘geen-verlies methode. Er is geen winnaar, er is dan ook geen verliezer; iedereen wint, een win-win situatie.

Wat wil het kind? Hoe lossen we dat op? Wat zijn de mogelijkheden?

Oplossingen bedenken; laat vooral het kind met oplossingen komen, die van jou komen later wel. Als er genoeg oplossingen zijn (er hoeft er maar één goede te zijn) kunnen jullie overleggen wat de beste is en daarvoor kiezen. Stel vragen als: “Zijn we allemaal tevreden met deze oplossing? Zullen we dit eens proberen?

Vervolgens kan de oplossing uitgevoerd worden.

Daarna kan er nog eens worden nagegaan of de oplossing werkt en of iedereen er gelukkig mee is.

 

Zoals al eerder verteld werkt deze methode niet alleen in de communicatie met kinderen maar ook echtparen kunnen dezelfde methode gebruiken om meningsverschillen op te lossen door samen iets overeen te komen waarover ze het eens zijn. De methode wordt gebruikt in het bedrijfsleven, in het onderwijs etc.

 

HaaI voor jezelf eens een conflictsituatie aan die zich kortgeleden heeft voorgedaan. Hoe heb je dat opgelost? Hoe zou je dat nu doen? Misschien kun je al iets van passief en actief luisteren toepassen. Schrijf eens precies op wat je tegen je kind zou zeggen.

 

Wil je er meer over lezen:

 

How2talk2kids van Adele Faber en Elaine Mazlish

 

Luisteren naar kinderen van Thomas Gordon (3x Nobelprijs genomineerd)

 

Omdenken van Berthold Gunter (zie ook Youtube)

 

 

 

 

 

Download E-book

Vul onderstaande gegevens in en download gratis het E-Boek!

Opmerking: De met * gemarkeerde velden zijn verplicht.

Volg ons op...

Facebook:

Google +:


Actualiteiten

Accepteren en loslaten
>> meer lezen

Positieve Gezondheid
>> meer lezen

Luisteren naar kinderen
>> meer lezen

Werken aan je relatie
>> meer lezen

ACT en Defusie
>> meer lezen

Mindfulness als programma tegen stress, angst en depressie
>> meer lezen

De ademhaling
>> meer lezen

Pesten op school    (48 antipestmethoden afgekeurd!)
>> meer lezen

Nogmaals over Vitamine D
>> meer lezen

YOGA en MINDFULNESS,  A SENSE OF………WEEKEND
>> meer lezen

Hoe kan ik beter leren?
>> meer lezen

De Winterdip; Wat kun je doen tegen de winterdip(depressie)?
>> meer lezen

Praktische handleiding voor een eerste toepassing van Cognitieve Mindfulness Priming Therapie (CMPT)
>> meer lezen

Hoe kun je beter leren slapen?
>> meer lezen

De PRI: Past Reality Integration Therapy
>> meer lezen

Hoe mindful eet u?
>> meer lezen